Steun ons en help Nederland vooruit

Wethouder Marcel Cramwinckel

Marcel Cramwinckel, geboren in 1955, groeide op in de Achterhoek in een burgemeestersgezin met zes kinderen. Hij studeerde af in Nederlands Recht aan de Leidse Universiteit. Hij woont sinds 1983 in het prachtige Voorschoten met zijn vrouw Leonie Cramwinckel- Bloch die  Gestalt-therapeut is. Hun vier kinderen zijn hier allemaal geboren. Inmiddels zijn er ook vier kleinkinderen.

Ervaring landelijk

Hij deed  in directeurs- en andere functies binnen de ministeries van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties veel ervaring op met veranderingsprocessen. Voorbeelden hiervan zijn: betere organisatie en bedrijfsvoering van ministeries, de oprichting van de Nationale Politie, crisis- en incident management, advisering over politiek gevoelige zaken aan de minister en de ambtelijke top, internationale strafrechtelijke samenwerking, staatkundige verhoudingen in het Koninkrijk, lokaal integraal veiligheidsbeleid en de organisatie van het lokaal en regionaal openbaar bestuur.

Hij begeleidde sinds 2016 als organisatieadviseur, coach en trainer bij het ministerie van Justitie en Veiligheid veranderingsprocessen bij onderdelen van het Ministerie in het kader van het programma “ V en J verandert”.

Ervaring lokaal

Na periodes in de jaren negentig en nul werd hij opnieuw actief in de lokale politiek als burgerraadslid in de commissie Burger en Bestuur. Hij was onder andere lid van de begeleidingscommissie bij het onderzoek naar de  versterking van de bestuurskracht, lid van de Klankbordgroep Leidse regio en actief betrokken bij de ontwikkeling van de de bestuurlijke toekomst van de gemeente. Hij richtte zich ook op  met het verbeteren van inspraak processen, groen houden van de gemeente, op orde krijgen van de financiën.

Waarom wethouder?

“Ik vind het een eer om wethouder te mogen zijn in het dorp waar ik sinds 1983 woon. Het is uitdagend om politiek te laten zien waar je voor staat, en tegelijk als bestuurder te werken aan concrete oplossingen. Oud-burgemeester van der Laan, een van mijn voorbeelden, zag dit als een kernopgave voor bestuurders. We zullen nieuwe oplossingen moeten vinden voor oude en vaak achterhaalde tegenstellingen, zoals tussen economie en klimaat. Niet alleen voor de komende vier jaar, maar ook voor de de generatie na ons. Ik wil dat doen met een  eigentijdse invulling van het “dienend leiderschap” zoals ik dat van huis uit meekreeg.”

Wat mogen we van je verwachten?

“De afgelopen jaren  is veel onvrede in het dorp ontstaan over de gemeentelijke financien en over de relatie tussen inwoners en gemeente. We moeten investeren in terugwinnen van vertrouwen en bestuurskracht. Dat ziet het college als geheel ook als een belangrijke opgave.

Ik zie daarvoor drie lijnen:

  1. Het huishoudboekje op orde houden.
  2. Inspraakprocessen verbeteren, burgerparticipatie ruimte geven. Het gaat erom binnen duidelijke kaders, samen met onze inwoners, organisaties  en regionale partners te zoeken naar slimme oplossingen voor grote uitdagingen waar we allemaal mee te maken hebben: en groen houden en bouwen, en voorzieningen op peil houden en goed op het huishoudboekje letten.
  3. Bundeling van regionale taken in 1 regio, de Leidse, waarin we vanuit eigen kracht opereren.”

Waarom deze prioriteiten?

“We zien de samenleving veranderen. Over 30 jaar is het een stuk drukker in de regio dan nu. Daar willen we wel op voorbereid zijn, niet alleen qua verkeer, maar ook qua woningen, leefbaarheid, energietransitie,werkgelegenheid, sociaal beleid. Die zaken grijpen enorm op elkaar in.  We moeten zorgen we als Voorschoten (weer) aan tafel zitten, onze kernwaarden en ons dorpse karakter beschermen en vorm geven aan die ontwikkelingen, zodat niet alleen over ons maar ook met ons ons wordt gesproken.Samenhang creëren  tussen zaken die elkaar beïnvloeden is belangrijk, niet allee bij beleid zoals de verstedelijking en het groen houden, maar ook bij de concrete dienstverlening aan onze inwoners zoals we op het sociaal domein zien.”

Is dat  alles?

“Nee in mijn portefeuille  zit ook Sport. Dat is een van de voor mij nieuwe taken. Ik hou zelf van squash, schaatsen en skien, en Argentijnse Tango, waarvoor je ook conditie moet hebben. Sport is heel belangrijk en de rol van de gemeente is hier vooral voorwaardenscheppend en stimulerend. Sporten doen mensen en verenigingen immers zelf. In het coalitieakkoord hebben we aangegeven at we willen nagaan hoe we nog effectiever met alle middelen die we in sport steken kunnen omgaan denk bijvoorbeeld aan het beheer van sportaccomodaties. Vele andere gemeenten gingen ons hierin voor.

Ten slotte zitten ook erfgoed en monumenten in mijn portefeuille, denk aan Duivenvoorde en Berbice. Prachtige locaties, waarop we trots mogen zijn als dorp.”

 

Laatst gewijzigd op 9 juli 2018